Japan krijgt zaterdag een nieuwe premier. De twaalfde in een kwart eeuw. Wijst dit op instabiliteit in het land? „Voor ons is het niet vreemd dat een premier kort aanblijft”, zegt hoogleraar Yuichiro Shimizu.
Japan kiest alwéér een nieuwe premier. Shigeru Ishiba, leider van de Liberaal-Democratische Partij (LDP), treedt na slechts een jaar af, nadat zijn partij zwaar verloor bij de laatste twee verkiezingen. Wie hem opvolgt als partijvoorzitter wordt automatisch ook premier, omdat de LDP al sinds 1955 vrijwel onafgebroken regeert. De uitslag kan historisch worden. Japan krijgt mogelijk zijn eerste vrouwelijke premier, of de jongste in de democratische geschiedenis van het land.
En daarmee ziet het land zijn twaalfde premier in een kwart eeuw tijd. Buitenlandse experts spreken van „draaideurpolitiek” en zien het als teken van instabiliteit. Maar dat beeld klopt niet, zegt Yuichiro Shimizu, hoogleraar aan de Keio Universiteit in Tokio, die onderzoek doet naar het moderne Japanse politieke systeem. „De stabiliteit én instabiliteit van de Japanse politiek zijn twee kanten van dezelfde medaille. Voor ons is het niet vreemd dat een premier kort aanblijft. Achter de snelle wisselingen schuilt juist continuïteit.”
Aankomende zaterdag staan vijf politici tegenover elkaar. De nieuwe partijleider wordt gekozen door partijleden en een absolute meerderheid wijst direct een nieuwe leider aan; lukt dat niet, dan volgt een tweede ronde waarin alleen LDP-parlementariërs stemmen. Op papier gaat het tussen de kandidaten over economie, sociale zekerheid en migratie. „Onze partij en ons land staan er slecht voor, maar Japan heeft het talent en de ervaring om vooruit te komen”, verklaarde oud-minister Yoshimasa Hayashi verwijzend naar zichzelf. „Met die overtuiging stel ik mij kandidaat.”