“De eerste verdieping stortte in, het plafond viel met een knal boven op me”, vertelt Michio Otsuka terwijl hij met zijn handen de situatie uitbeeldt. “Ik zat gehurkt naast een boekenkast, die ving de grootste klap op. Als die er niet had gestaan, was ik dood geweest.” De Japanner overleefde ternauwernood de grote aardbeving van Kobe in 1995. Zijn huis bleek niet bestand tegen dit soort natuurgeweld.
De aardbevingen in Turkije en Syrië lieten zien hoe gebouwen als een kaartenhuis kunnen instorten als ze niet op de juiste manier gebouwd zijn. Japan staat nu bekend als het land met de beste aardbevingsbestendige technologie, maar dit was niet altijd zo. De aardbeving van 1995 was volgens experts het grote keerpunt. 6434 mensen kwamen om het leven, het grootste deel door ingestorte gebouwen. Meer dan 200.000 huizen werden volledig of gedeeltelijk vernietigd.
Aanscherpen bouwvoorschriften
“Heel weinig mensen sterven door de aardbeving zelf”, zegt Akira Wada, oud-hoogleraar aan het Tokio Instituut voor Technologie. “Het zijn structureel slechte gebouwen waardoor mensen omkomen.” Japan had al strenge bouwvoorschriften voordat de Kobe-beving plaatsvond, maar die golden niet voor oude gebouwen. De meeste slachtoffers vielen daarom in de oude wijken van de stad. Veel huizen daar waren van hout gemaakt. Hele wijken vatten vlam.
De Wet voor seismische renovatie werd ingevoerd, waarin de bestaande bouwvoorschriften flink werden aangescherpt. Alle gebouwen moesten aardbevingsbestendig worden. Architecten, aannemers, ontwikkelaars en verhuurders kregen meer verantwoordelijkheid. Mede hierdoor haastte het hele land zich richting een nieuwe vorm van bouwen.