“Een flits, en toen moesten we rennen”, vertelt Kunihiko Sakuma. Hij was samen met zijn moeder thuis op 6 augustus 1945. Ze woonden net buiten het explosiegebied van de Little Boy, de kernbom die Hiroshima met de grond gelijk maakte en tienduizenden levens eiste. De bom heeft een permanent litteken in de stad achtergelaten.
Nu hoopt Sakuma dat de G7-landen, die de komende dagen samenkomen in Hiroshima, een begin maken met kernontwapening. Het onderwerp staat hoog op de agenda, op aandringen van de Japanse premier Kishida, die zelf ook uit de stad komt.
Worstelen met trauma
Vanaf het punt waar nu het Hiroshima-vredesmonument staat, spreidde de explosie zich als een omgekeerde trechter uit over de stad. De schaduwen van de slachtoffers staan nog steeds in het asfalt gebrand. Het monument, een bijna ingestort gebouw, staat nu symbool voor de vernietigende kracht van kernwapens.
“Wij woonden net buiten het centrum”, zegt Sakuma terwijl hij met zijn vinger naar een rode kaart wijst. “Dit hele gebied is in brand gevlogen. Wij kwamen er goed vanaf, ons huis werd slechts op de zijkant gegooid.”
Hiroshima veranderde in een woestijn van puin, maar de nachtmerrie was nog niet afgelopen voor Sakuma. “Mijn moeder stond buiten tijdens de flits, en we werden samen geraakt door de zwarte radioactieve regen die volgde.”
Hij doet nu onderzoek naar wat de gevolgen hiervan zijn voor zijn eigen lichaam. “Maar voor mijn moeder was het snel duidelijk. Ze kreeg borstkanker, moest alles laten weghalen, en daarna werd ze geplaagd door hersenbloedingen. Tot haar dood lag ze constant in het ziekenhuis.”