De Japanse overheid heeft in samenwerking met het bedrijf dat de ontplofte kerncentrale in Fukushima beheert, besloten om tienduizenden liters aan koelwater in de oceaan te lozen. Dat levert in binnen- en buitenland grote zorgen op.
Er wordt niet alleen gevreesd voor potentiële milieuschade, maar ook voor de (indirecte) economische effecten. “We zijn hier gewend aan tegenspoed,” zegt Yusuke Kimura, onderdirecteur bij het toerismebureau van Fukushima. “Als we hierdoor weer een slechte reputatie oplopen, moeten we nog een keer ons best gaan doen om dat te herstellen.”
Velden vol watertanks
De Japanse overheid zegt dat het behandelde water veilig genoeg is om in de oceaan te lozen. Het Internationaal Atoomagentschap beaamt dat en concludeert na twee jaar onderzoek dat de impact op de natuur verwaarloosbaar is.
Het koelwater moet worden geloosd omdat de maximale opslagcapaciteit volgend jaar gaat worden bereikt. Rond de kerncentrale staan velden vol watertanks. “We hebben meerdere opties overwogen, maar dit was de meest efficiënte en praktische oplossing,” zegt een vertegenwoordiger van beheerder Tokyo Electric Power Company (TEPCO) over de lozing.
Critici zeggen dat het behandelde water vooralsnog hoge doses radioactieve materialen zoals tritium bevat. Japan zegt dat het zich houdt aan de internationale standaarden en wijst erop dat andere landen koelwater lozen met veel hogere concentraties radioactief materiaal.
China heeft desondanks aangegeven de import uit meerdere regio’s in Japan te verbieden. In Zuid-Korea wordt al maanden geprotesteerd en zijn Koreanen massaal zeezout aan het inkopen uit angst voor toekomstige radioactieve besmetting.