Bommenwerpers razen over Tokio, een jongen rent door een vuurzee richting zijn huis, maar hij is te laat: het bioscoopscherm wordt opgeslokt door vlammen terwijl de toeschouwer wordt meegesleurd in het verlies van zijn moeder, zijn verhuizing uit Tokio en de introductie van een stiefmoeder. Het is een verhaal van jeugdtrauma en rouw, in een fantasiewereld die zich ontwikkelt tot een spektakelstuk.
Vandaag gaat The Boy and the Heron van de Japanse regisseur Hayao Miyazaki in Nederland in première, zonder flitsende promotiecampagnes of reclamespotjes. Ook in Japan werd de film zonder veel promotie aan de man gebracht en toch bracht die daar recordopbrengsten op.
“De personages van Miyazaki hebben altijd een warm, kloppend hart”, vertelt Tom Mes, Japanse-filmexpert aan de Keio Universiteit in Tokio. “Dat maakt het zo aantrekkelijk voor de kijker.” De bekende animator uit Japan werd in 1941 geboren, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zag de vernietiging van de oorlog en groeide op in de jaren waarin zijn land weer moest worden opgebouwd.
Het is zijn jeugdtrauma dat als thema vaak terugkomt in zijn films, ook in de nieuwste productie. “Hij bouwt een hele wereld, een verhaal met een eigen cultuur die de personages vormt”, vertelt Mes. “Dat is zo kenmerkend aan de producties van Ghibli, de animatiestudio van Miyazaki.”
Ghibli (uitgesproken als djì-blie), is het bedrijf dat Miyazaki samen met zijn leermeester Isao Takahata en collega Toshio Suzuki opbouwde, als reactie op de onvrede die het trio voelde over de staat waarin de animatie-industrie verkeerde.