Groeiende spanningen en tegenvallende economische groei hebben China, Japan en Zuid-Korea weer naar de onderhandelingstafel gebracht. De drie landen spraken vandaag over een vrijhandelsovereenkomst, waarmee meer dan 20 procent van de wereldeconomie gemoeid is.
“Het is zowel een herstart als een nieuw begin”, zo kondigde de Chinese premier Li Qiang lovend aan. Een grote doorbraak blijft vooralsnog uit.
Li ontmoette de Japanse premier Fumio Kishida en de Zuid-Koreaanse president Suk-yeol Yoon in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. De trilaterale top kwam voor het eerst bijeen in 2008, maar dat overleg stopte in 2019. Intussen is er veel gebeurd: de coronacrisis, de invasie in Oekraïne, groeiende spanningen rond Taiwan en escalerende handelsconflicten tussen de Verenigde Staten en China.
Economische afhankelijkheid
Het grootste onderwerp tijdens de ontmoeting vandaag was de economie. China is de grootste handelspartner van zowel Japan als Zuid-Korea, goed voor ongeveer 20 procent van de totale handel van elk land. Andersom zijn Japan en Zuid-Korea de derde en vierde grootste handelspartners van China.
De landen zijn niet in staat om de economische banden met elkaar te verbreken. China is de tweede economie van de wereld, maar kampt met een instabiele vastgoedsector en een kelderende aandelenmarkt. De Japanse economie kromp zodanig dat het dit jaar in grootte werd ingehaald door Duitsland. Ook de Zuid-Koreaanse groeicijfers vallen al jaren tegen.
Verder kampen de landen met een krimpende bevolking. In 2021 kreeg de gemiddelde Japanse vrouw 1,4 kinderen. Dat cijfer lag in 2023 in China op 1,5, terwijl het in Zuid-Korea kelderde naar 0,81, het laagste ter wereld. Met een groeiende groep ouderen en steeds minder werkenden, is het de vraag of economische groei op de lange termijn haalbaar is.