Japan is vandaag begonnen met de uitgifte van nieuwe bankbiljetten. Het ministerie van Financiën en de Japanse Bank herontwerpen de bankbiljetten elke 20 jaar om vervalsing te voorkomen. Ditmaal zijn de keuzes voor de nieuwe gezichten opvallend: de portretten moeten symbool staan voor de vooruitgang van Japan, maar leggen vooral de grootste problemen bloot die het land ervaart.
Op het grootste biljet, van 10.000 yen (57 euro), staat de negentiende-eeuwse ondernemer Ei’ichi Shibuzawa. Hij was betrokken bij de oprichting van honderden bedrijven, maar is vooral bekend als de grondlegger van de eerste bank van Japan en de introductie van papiergeld in het land. Mede vanwege deze innovaties staat hij bekend als de vader van het moderne Japanse kapitalisme.
Toch lijkt het land deze innovatiekracht te hebben verloren. “Japan heeft nog steeds heel erg het imago van moderne technologie, maar helaas klopt dat niet meer”, zegt politiek econoom Saori Shibata.
Ondanks pogingen van de overheid om het gebruik van digitale betaaloplossingen te stimuleren, blijven Japanners afhankelijk van contant geld.
Zes op de tien betaaltransacties worden nog steeds met fysiek geld betaald. In Nederland wordt bij slechts twee op de tien aankopen contant afgerekend. “Je ziet dat een groot deel van de bevolking sceptisch is over de digitalisering van betalingen, dus weigert deze te gebruiken”, vervolgt Shibata. “Van innovatie is dus weinig sprake.”