Door familieleden onder druk te zetten, intimideert het Cambodjaanse regime dissidenten die hun toevlucht in Japan hebben gezocht. Dat blijkt uit onderzoek van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.
Cambodjaanse dissidenten in Japan worden systematisch geïntimideerd via familieleden in hun thuisland. Dat blijkt uit een woensdag verschenen rapport van Human Rights Watch (HRW).
Volgens interviews van HRW krijgen in Japan wonende activisten die zich uitspreken tegen de Cambodjaanse premier Hun Manet en zijn Volkspartij regelmatig telefoontjes of berichten van hun familie waarin die vertellen dat de politie langs is geweest, er dreigementen zijn geuit of oppositiesymbolen in beslag zijn genomen.
Zo vertelde een vrouw hoe een familielid in Cambodja werd gedwongen een verklaring te ondertekenen dat zij zou stoppen met haar politieke activiteiten in Japan, in een poging haar de mond te snoeren. Een andere activist werd door een Cambodjaanse rechtbank in afwezigheid veroordeeld tot een boete van 10 miljoen riel (zo’n 2.300 euro) omdat hij kritiek had geuit op beslissingen rond verkiezingen.
„Het is transnationale repressie”, zegt HRW-onderzoeker Teppei Kasai. „Een manier waarop regeringen hun critici buiten de landsgrenzen opzoeken en onder druk zetten.”