Iedere Wereldtentoonstelling wil een spectaculaire toekomstvisie uitdragen en de Expo 2025, in het Japanse Osaka, was geen uitzondering. Nu het evenement is afgelopen, dringt de vraag zich op wat daarvan beklijft.
Op een lopende band draaiden voedselresten rond in de richting van een zwart gat in de muur. Aan de andere kant daarvan liepen bezoekers over bruggen langs glimmende metalen tanks waarin het afval belandde. „Bezoekers bewegen in het gebouw door een kringloop, van afval naar herboren materiaal”, vertelde medewerker Toshiki Omori toen NRC een bezoek bracht aan het Japanse paviljoen op de Wereldexpo in Osaka. „Wat zijn functie heeft vervuld, krijgt hier een nieuw leven.”
Het organisch afval van het tentoonstellingsterrein werd volgens de informatieborden verwerkt tot biogas, maar de installatie stond stil. „Het is om een indruk te geven aan bezoekers”, legde Omori uit. Op vragen over hoeveel energie werkelijk wordt opgewekt, volgde een ongemakkelijke reactie: „Daar kunnen we geen antwoord op geven.”
Het paviljoen – maandag was de laatste dag van Expo 2025 – toonde niet zozeer wat Japan is, maar vooral wat het wil zijn. Niet de vergrijsde economie met stilvallende innovatie en wetenschappelijke stagnatie die de cijfers laten zien, maar een land waarin technologie en duurzaamheid in harmonie lijken samen te vallen met de toekomst.
Humanoïde robots
Al sinds de eerste wereldtentoonstelling in Londen in 1851 gebruiken landen het spektakel om zichzelf op deze manier opnieuw uit te vinden. De Leidse onderzoeker Florian Schneider noemt het „utopische ruimtes die dromen over de toekomst laten zien”. In Osaka lijkt die observatie opnieuw te kloppen.