De net aangetreden Japanse premier Sanae Takaichi stond direct voor een flinke opgave: het belangrijke bezoek van de Amerikaanse president Trump aan Tokio. Ze doorstond haar eerste diplomatieke examen met glans.
Met afgezette snelwegen, ruim achttienduizend agenten op de been, speurhonden op stations en dichtgeplakte prullenbakken op het vliegveld, was het bezoek van de Amerikaanse president Donald Trump aan Japan niet te missen. Voor Trump was het al de vierde keer dat hij het land aandeed, maar voor de kersverse premier Sanae Takaichi was het een vuurdoop. Ze doorstond haar eerste balanceeract tussen een veeleisende bondgenoot, wantrouwige buurlanden en een wankele binnenlandse politieke basis met glans.
De twee wereldleiders ontmoetten elkaar in het statige Akasaka-paleis in het hart van Tokio. Vergulde plafonds en rode lopers benadrukten wat Takaichi een „gouden tijdperk” in de Japans-Amerikaanse betrekkingen noemt.
En ze liet er geen gras over groeien. De premier overlaadde de president met complimenten, door zijn „enorme bijdrage aan de wereldvrede” te prijzen. Ze verwees daarbij naar het verdrag tussen Thailand en Cambodja en het staakt-het-vuren in Gaza. Mede hierom wil ze Trump nomineren voor de Nobelprijs voor de Vrede. Ook schonk ze Trump 250 kersenbomen, die een plek moeten krijgen in Washington.
Dat Taikaichi als eerste het woord nam, bleek een slimme zet. Trump zat met een brede glimlach te luisteren naar de vele complimenten en sprak vervolgens zijn bewondering voor zijn gastvrouw uit. Hij voorspelde dat Takaichi „een van de beste premiers van Japan ooit zal worden”, en noemde haar aantreden als eerste vrouwelijke regeringsleider „a big deal”.