Waarschuwingsborden hangen langs de weg in het dorpje Fujiyoshida aan de voet van Japans bekendste berg, Mount Fuji. “Niet stilstaan op het zebrapad”, staat er in grote letters, in het Chinees en het Engels. “Thai, Indonesiërs, Filipijnen, Taiwanezen”, somt reisagent Wangping Aw op terwijl ze om zich heen naar de toeristen kijkt. “Geen Chinezen vandaag.”
Op 7 november verklaarde de Japanse premier Sanae Takaichi in het parlement dat een Chinese blokkade rond Taiwan zou kunnen neerkomen op een “levensbedreigende situatie” voor Japan. Daarmee suggereerde ze dat het land in dat geval militair betrokken kan raken bij een Chinese aanval op Taiwan.
China reageerde woedend en riep zijn burgers op om “in de nabije toekomst” niet meer naar Japan te reizen. Chinese luchtvaartmaatschappijen boden vrijwel direct gratis annuleringen en omboekingen aan.
“Dit is een vorm van economische dwang”, zegt Mong Cheung, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Waseda-universiteit in Tokio. Hij volgt de relatie tussen beide landen al jaren. “Voor de Chinezen is dit een makkelijke manier om de Japanse premier onder druk te zetten, het kost ze weinig.”